Onder bosbeheerders groeit langzaam het besef dat het gebruik van machines bij bosexploitatie negatieve gevolgen kan hebben op de bosbodem. Machines kunnen bodemverdichting en –vervorming veroorzaken. Dit kan onder meer leiden tot zuurstofgebrek in de bodem, afsterven van fijne wortels en een verminderde doorwortelbaarheid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de (ondergrondse) biodiversiteit, maar ook voor de houtproductie. Daarnaast wordt insporing door machines niet gewaardeerd door recreanten en draagt het bij aan het negatieve imago van houtoogst. Tot slot kunnen met bodemverdichting en –vervorming onbewust archeologische resten in de ondergrond beschadigd raken.

Veel bosbeheerders zijn welwillend om de negatieve effecten van bosexploitatie op de bosbodem tegen te gaan. Momenteel ontbreekt het echter aan een goed overzicht van de effecten van bosexploitatie op de bosbodem. Ook is niet inzichtelijk op welke bosbodems en onder welke omstandigheden bodemverdichting en –vervorming optreedt en in welke mate. Een andere vraag die leeft is welke machines en exploitatiemethoden kunnen worden toegepast om bodemverdichting en –vervorming te minimaliseren?

Staro Natuur en Buitengebied wil samen met andere partijen uit het bosbeheer werken aan nieuwe bodembesparende bosexploitatiemethoden. Als een eerste stap heeft Staro aan Probos opdracht gegeven voor een literatuurstudie om de bestaande kennis over de effecten van bosexploitatie op de bosbodem in kaart te brengen en te onderzoeken welke variabelen van belang zijn bij het kiezen van bodembesparende oogsttechnieken.

Informatie

uitvoerder(s): Martijn Boosten & Jasprina Kremers
opdrachtgever(s): Staro Natuur en Buitengebied, Bosgroep Midden Nederland, Bosgroep Zuid Nederland, Het Flevo-landschap, Gemeente Bergeijk, Gemeente Cranendonck, Klingen bomen, Kroondomein Het Loo, Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer
periode van uitvoering: 2018

Tags