Vanaf de Late Middeleeuwen, maar mogelijk ook al eerder, werden beplantingen van bomen en struiken gebruikt bij de verdediging van gebieden, steden en vestingen.

Eerst op bijvoorbeeld individuele landweren, schansen en vestingsteden, maar later ook op militaire verdedigingslinies, zoals de Grebbelinie, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. In de hoogtijdagen werden er uitgebreide bestekken geschreven met ingewikkelde, ingenieuze beplantingsplannen, waarbij de beplantingen bijvoorbeeld werden aangelegd als barrière tegen vijandige troepen, voor het leveren van gebruikshout of het bieden van extra camouflage, dekking en stevigheid aan de verdedigingswerken.

Deze beplantingen hebben echter al zeer lang geen militaire waarde meer en ze werden de afgelopen decennia dan ook niet meer als zondanig beheerd. De beplantingen 'verwilderden' en steeds meer vervaagde de herinnering aan het militaire verleden er van. De laatste jaren is de aandacht voor de beplantingen op verdedigingswerken echter sterk toegenomen en is er veel kennis over verzameld.

Dit boek beschrijft de geschiedenis van de verdediging van Nederland met verdedigingswerken en linies, waarna specifiek wordt ingezoomd op de rol van beplantingen op deze objecten in de loop der eeuwen. Verder geeft het boek handreikingen voor het beheer van beplantingen, waarbij nadruk wordt gelegd op de vier meest voorkomende militaire beplantingsvormen: opgaande bomen, hakhout, knotbomen en heggen. Er worden afsluitend ter inspiratie praktijkvoorbeelden gegeven voor de inrichting van verdedigingswerken en de aanleg en het beheer van militaire beplantingen.

auteur(s): Martijn Boosten, Patrick Jansen, Ido Borkent
2012 | 180 pag. | ISBN 978 90 5345 448 0
prijs: € 24,95 (excl. verzendkosten)

Recensies:

Tags