Op initiatief van Stichting Shell Research en Stichting Probos is in de periode van januari 2004 tot en met december 2007 een stuurgroep van markt- en kennispartijen actief geweest. De stuurgroep had als doel, het genereren en selecteren van ideeën voor nieuwe bedrijvigheid op het vlak van productie, inzameling, logistiek en voorbewerking van biomassa, alsmede het vroegtijdig inschatten van de effecten daarvan op economie, maatschappij en milieu. Dit zg. BUS-consortium bestond uit vertegenwoordigers van Shell Nederland, Shell Global Solutions, Stichting Shell Research, Stichting Probos, Wageningen Universiteit afdeling bosbouw, WUR-Agrotechnology & Food Innovations, het WUR-Landbouw Economisch Instituut en ECN.

Aanleiding
Bij de duurzame ontwikkeling van de wereldwijde energiesystemen werdt destijds ingeschat dat zal biomassa een grote rol zou gaan spelen. Elektriciteit uit biomassa is inmiddels al ingeburgerd en andere biofuels zoals biodiesel en biogas staan op doorbreken. De vraag naar biomassa als grondstof voor elektriciteit, biofuels en chemische producten zal de komende jaren sterk toenemen. Deze toename zal leiden tot uitbreiding van het betrokken areaal, dat nog groter wordt wanneer ook multifunctioneel gebruik van de grond aan de orde is. De productie en conversie van biomassa biedt economische kansen, maar er zullen ook onbedoelde en wellicht ongewenste neveneffecten zijn. De beschikbaarheid en prijs van deze grondstof en de overige voorwaarden waaronder deze beschikbaar komt, zullen van groot belang zijn voor de ontwikkeling van de biomassamarkt. De initiatiefnemers achtten het daarom wenselijk om al in een vroeg stadium het ‘upstream’-gedeelte van de biomassaketen nader te verkennen en diverse praktijkexperimenten uit te voeren, die er aan bijdragen om de belangrijkste knelpunten op te lossen in de productie, inzameling, logistiek en voorbewerking van biomassa.

BUS
Vandaar het initiatief om een Biomassa Upstream Stuurgroep op te richten (BUS), bestaande uit deelnemers van de consortiumpartijen. Deze stuurgroep is vier keer per jaar bijeen gekomen voor het genereren van ideeën, het selecteren van ideeën voor nadere uitwerking en het benaderen van marktpartijen voor het uitvoeren van concrete projecten. De BUS is ondersteund door een secretariaat (ondergebracht bij Probos), dat de financiële zaken van het consortium behartigde en als clearing house de overeengekomen bijdragen van marktpartijen heeft ontvangen en heeft zorgdragen voor de vergoedingen aan kennispartijen.
Zoals voorgenomen bij de oprichting van de BUS is het initiatief aan het eind van 2007 gestopt. De initiatiefnemers hebben gemeend dat er in de afgelopen periode van vier jaar een gedegen inzicht is verkregen in het ‘upstream’ gedeelte van de biomassa keten. Vanzelfsprekend zijn veel vragen onbeantwoord gebleven maar toch mag worden gesteld dat door de opzet van de BUS de meest belangrijke vragen de revue zijn gepasseerd en vaak zeer verhelderend inzicht is verkregen in de wereld van biomassa upstream.

Financiering
De BUS werd gefinancierd door de deelnemende marktpartijen. Stichting Shell Research heeft een budget voor het functioneren van de stuurgroep ter beschikking gesteld (o.a voor de kosten van het secretariaat en de voorzitter) en daarnaast een budget voor het uitzetten van projecten bij kennispartijen (projectenfonds). Aanhaken van andere marktpartijen is zowel mogelijk op het niveau van de stuurgroep, het projectenfonds, als van geselecteerde projecten. Het ECN levert een bijdrage ‘in kind’.

Werkwijze

Om op een zo efficiënt mogelijke manier antwoorden te krijgen op vragen over de Biomassa upstream heeft het BUS consortium gebruik gemaakt van het poldermodel voor onderzoekinitiatieven. Alle deelnemers zijn gevraagd onderzoeksvragen in te dienen die relevant waren voor het onderwerp. Tijdens de bijeenkomsten kregen de indieners de gelegenheid de onderzoeksvraag toe te lichten. Hieronder is weergegeven in welke methode en volgens welke spelregels gewerkt is.

Methodiek

  • Genereren en presenteren van innovatieve ideeën over upstream biomassa
  • Selecteren van de drie meest kansrijke ideeën (top-drie)
  • Verdiepen en uitwerken van de geselecteerde ideeën
  • Ombouwen van idee naar concreet projectvoorstel
  • Benaderen van marktpartijen om projecten uit te voeren en te financieren

Spelregels
Tijdens de bijeenkomsten selecteerde de stuurgroep de drie meest aansprekende projectideeën en bepaalde vervolgens in gezamenlijk overleg welke aspecten er zouden worden uitgewerkt en hoe er moest worden teruggerapporteerd. Dit zijn de zogenaamde quick-scans, die ongeveer 3 dagen werk omvatten. Over de drie geselecteerde quick-scans is in de daarop volgende bijeenkomst teruggerapporteerd en gediscussieerd. Daarnaast ondersteunde de BUS follow-up projecten, die een verdere verdieping van een bepaald onderwerp mogelijk hebben gemaakt (circa 7 dagen werk). In 2005 is een derde instrument in werking getreden: de zg Bus-participaties, die tot doel hadden om anderen uit te dagen om de BUS-ideeën in overweging te nemen en ermee aan de slag te gaan. Hiermee konden kansrijke voorstellen deels door de BUS en deels door marktpartijen financieel ondersteund worden, zodat minimaal een verdubbeling van het werkvolume werd gegenereerd (circa 10-15 dagen werk).

Wie zaten er in de Bus

Shell Steven de Bie, Peter Kwant, Leo Roodhart en Angelika Voss
WUR Bas Arts, Wolter Elbersen en Marieke Meeussen
ECN Hubert Veringa en André Wakker
Probos Patrick Jansen en Mark Vonk (secretaris)
Ecofys biomass Leen Kuiper
voorzitter Theo van Herwijnen


Interesse profiel
“Het opbouwen van een economie die duurzaam is en die niet inteert op de grondstoffen ten koste van komende generaties is een zeer grote uitdaging, wellicht de grootste aller tijden. Nu zijn wij voor onze energie, grondstoffen en materialen vergaand afhankelijk van fossiele grondstoffen welke op onze tijdschaal niet hernieuwbaar zijn.

Biomassa zal een cruciale rol moeten gaan spelen. Daarop is en wordt veel gestudeerd maar daarmee wordt geen transitie gerealiseerd. De transitie zal middels verkenningen, experimenten, kleine en grote initiatieven op gang moeten komen.

In de BUS, met zijn nadruk op biomassa aanbod (“supply”), werken partijen samen die een hoog niveau van kennis combineren met wetenschappelijke en commerciële ervaring en ambities. Door kansen en hindernissen te identificeren en daarmee aan de slag te gaan kan de BUS een belangrijke bijdrage leveren aan de biomassa transitie.”

Theo van Herwijnen (voorzitter BUS)

Shell
Hoewel Shell geen biomassa zelf inkoopt of verhandelt is het bedrijf geïnteresseerd in biomassa, omdat het op dit moment de enige hernieuwbare bron voor biobrandstoffen is. Shell heeft vooral een interesse voor vloeibare biobrandstoffen (diesel en benzine): het bedrijf verhandelt nu al 2 miljard liter biofuels (bioethanol uit suiker- en zetmeelhoudende planten en koolzaad-diesel) en is daarmee de grootste handelaar in biofuels. Om het milieuprofiel, de prijs en de beschikbaarheid van biomassa als voeding voor biobrandstoffen te verbeteren, zal op de medium tot lange termijn ligno-cellulose-biomassa en gecascadeerde biomassa uit het consumenten-circuit gebruikt moeten worden. Het gebruik van deze biomassa is met de huidige conversiemethodes niet mogelijk. Hiervoor zijn nieuwe conversiestappen nodig, die ook tot nieuwe bio-componenten kunnen leiden. Één voorbeeld is het nieuwe proces van Iogen, die ligno-cellulose biomassa enzymatisch hydrolyseren en dan via fermentatie omzetten naar ethanol. Een eerste commerciële fabriek is in de planning voor 2006/2007. Shell heeft een minderhedenaandeel in het Canadees bedrijf. Minimumschaal die interessant is voor dit soort processen ligt rond de 400.000 ton biomassa per fabriek.
Shell is zich bewust dat de duurzaamheid van de gebruikte biomassa een belangrijke factor is voor de maatschappelijke acceptatie van biobrandstoffen en dat Shell als directe verkoper aan de consument een geloofwaardig duurzaam product moet kunnen tonen. In die zin is ook de “upstream kant” van het product heel belangrijk. Punt van aandacht is de (ongewenste) competitie met de voedselketen en met traditionele gebruik van biomassa. Shell wil bestaande markten niet onnodig verstoren en daarom graag beter zicht krijgen op die bestaande markten. Via de BUS hoopt Shell kansen en bedreigingen in het gebruik van biomassa te identificeren; meer te leren over duurzaamheid en maatschappelijk draagvlak (publieke acceptatie), om zodoende de juiste keuzen voor biomassa te kunnen maken. Verder hoopt Shell via de BUS de belangrijkste feiten over lignocellulose-biomassa op een rij te krijgen; de verschillende typen biomassa te kunnen screenen en ook de benodigde voorbewerkingsstappen om tot vloeibare biobrandstoffen te komen. De creatieve benadering van de BUS is een duidelijk pluspunt!
(een en ander kunt u ook lezen in een presentatie in pdf-formaat)

WUR
Van de biomassa-activiteiten van Wageningen Universiteit en Research centrum (WUR) zijn met name de thema’s ‘biomassabronnen’ en ‘logistiek en opslag’ voor de BUS relevant. De WUR staat een ketenbenadering voor, met een geïntegreerde en interdisciplinaire aanpak. Waarom zit de WUR in de BUS? Vooral vanwege vraaggestuurd onderzoek: het downstream-gebeuren bepaalt wat er upstream moet gebeuren en vice versa. De WUR wil graag weten welke onderzoeksvragen er uit de markt komen en welke kant het opgaat. De WUR hoopt samen met de Bus enige invloed te kunnen uitoefenen op de onderzoeksagenda en ziet ook de mogelijkheid voor gezamenlijke acquisitie als een belangrijk voordeel van deelname aan de BUS.
(een en ander kunt u ook lezen in een presentatie in pdf-formaat)

Probos
Biomassa is een van de vijf werkvelden van Probos. Probos houdt zich vooral bezig met kennisontwikkeling, voorlichting, handen uit de mouwen projecten en zakelijke dienstverlening. Voor het werkveld biomassa gaat het met name om energieteelt, studies naar de beschikbaarheid en marktverkenningen van rondhout, oud hout en resthout, reststromen uit het bos en natuurbeheer en aspecten van duurzaamheid en certificering. De BUS biedt de gelegenheid tot kennisontwikkeling en kennisuitwisseling. Deelname aan de BUS plaatst de kennis en ervaring van Probos in een bredere context en maakt deze toepasbaar in gezamenlijke projecten.
(een en ander kunt u ook lezen in een presentatie in pdf-formaat)

Informatie

uitvoerder(s): Leen Kuiper
opdrachtgever(s): Shell
periode van uitvoering: 2004 - 2007

Resultaten

aangedragen onderwerpen

  • 11.1 effect prijsstijging hout op beschikbaarheid biomassa
  • 11.2 Waarom zijn er alleen subsidies voor de verwerking van houtige biomassa uit natuurbeheer?
  • 11.3 Welke effect heeft het afschaffen van de MEP voor de afzet van reststromen uit bos- en natuurbeheer?
  • 11.4 Boswet en biomassa
  • 11.5 Biedt de fijnstof problematiek kansen voor biomassa
  • 11.7 Aandacht vragen voor de rol van biomassa in meer algemene boeken
  • 11.8 Naar een hogere zelfvoorzieningsgraad in Nederland
  • 11.9 Prijsontwikkeling koolzaad
  • 11.10 Prijsvorming ethanol
  • 11.11 Energiescenario’s en de invloed ervan op de economische haalbaarheid bio-energie
  • 11.12 Waar komt de biomassa vandaan die nu in Nederland wordt gebruikt voor energieproductie?
  • 11.13 Hoe (efficiënt) wordt Nederlandse biomassa nu gebruikt en wat kunnen we inzetten voor energie?
  • 11.14 Is de vraag naar bio-energie een kans of een bedreiging voor de huidige “forest based industries”?
  • 11.15 Duurzame energie in biologische landbouw
  • 12.1 Agroforestry met populier
  • 12.2 Biomassateelt en waterberging
  • 12.3 Ontwikkelingen op de markt voor houtpellets
  • 12.4 Bedreigingen en kansen van houtskool voor het tropische bos
  • 12.5 Kansrijke onbekende gewassen voor oliehoudende zaden
  • 12.6 Is er een markt voor houtpellets uit vers hout?
  • 12.7 Meer energiegewassen in Europa
  • 12.8 Marktconforme productie van biobrandstoffen in 2030
  • 12.9 Grootschalige aanpak energieplantages nu dichterbij?
  • 12.10 Duurzame energie in biologische landbouw
  • 12.11 Duurzaamheid van teelt en gebruik van biomassa voor transportbrandstoffen in de EU
  • 12.12 Potentie voor teelt en gebruik van biomassa voor transportbrandstoffen in de EU
  • 12.13 Multiple crop use of hemp, castor nut and sunflower in Southern Africa
  • 12.14 Crop yield effects of Charcoal additives to soil

quick-scan

follow-up

bus-participaties

  • Aandacht voor de rol van biomassa in de energievoorziening
  • Zelfvoorzieningsgraad biomassa productie in Nederland. Notitie Platform Hout in Nederland CO2-beleid vraagt verdubbeling Nederlands bosareaal. Artikel in de Telegraaf. De notitie is ook doorgespeeld aan LNV, VROM en EZ

final meeting: 'A future with bioenergy?'

presentations by others

workshop GMO's en Biomassa

workshop "Fosfaat en Bio-energie"

paper internationale biomassa conferentie Parijs 2005

boeken

artikel

end faq

Tags