Publicaties Bosberichten: 1988

In eerdere Bos en Hout Berichten van dit jaar (nrs. 3, 6 en 7) is geschreven over belemmeringen voor opvoering van de houtproduktie in het bestaande bos en voor uitbreiding van het bosareaal, twee doelen van het Meerjarenplan Bosbouw. Maar dat Plan wil ook nog de aanleg van 10.000 kilometer extra weg- en grensbeplantingen in ons land, vooral ten behoeve van de houtproduktie. Daarom is het van belang ook na te gaan welke obstakels dit doel in de weg staan.

Van 11 tot 14 oktober van dit jaar vergaderde in Genève het Houtcomité, beter bekend als het"Timber Committee". Het is de jaarlijkse vergadering waarop vertegenwoordigers van vrijwel alle landen in Europa, van Rusland, de USA en Canada, vertegenwoordigers van zowel de overheid als het bedrijfsleven, zich bezig houden met de houtmarkt van vandaag en van morgen. Dit Bos en Hout Bericht vertelt in het kort over enkele belangrijke kwesties die in Genève werden besproken.

De discussie rond tropisch bos en tropisch hout is de laatste tijd aardig toegespitst. Er zijn akties aangekondigd, er zijn voorstellen gedaan, en dat allemaal met hetzelfde doel: Behoud van het tropische regenbos. Maar de middelen om dat doel te bereiken lopen sterk uiteen. En daar ontstaat de discussie. De Stichting Bos en Hout wordt van vele kanten om haar mening gevraagd. Wij maken in dit Bos en Hout Bericht ons standpunt duidelijk.

In het vorige wBos en Hout Berich~ deden wij verslag van de resultaten van onderzoek naar de houtstroom van eiken. In dit nummer worden grenen en essen onder de loep genomen. De bijdragen die beide soorten aan de Nederlandse houtstromen leverden zijn in het vorige nummer beschreven. Voor een meer gedetailleerd overzicht en achtergronden van het houtstroomonderzoek wordt verwezen naar het rapport "Houtstroomonderzoek eiken, grenen, essen 1986".

In het voorjaar van 1986 konden wij de eerste concrete resultaten van het onderzoek naar de houtstromen van meranti, vuren en populieren publiceren. Gezien de belangstelling voor het houtstroomonderzoek werd besloten hieraan drie nieuwe houtsoorten toe te voegen: eiken, grenen en essen. In dit en het volgende nummer geven wij een samenvattend beeld van de betekenis van deze drie houtsoorten voor Nederland.

Op 7 juli j.l. nam J. D. van der Harten afscheid als voorzitter van de Stichting Bos en Hout. Hij was een uitstekend voorzitter die veel voor de Stichting heeft betekend, vooral ook door de knappe wijze waarop hij uiteenlopende belangen bij bos en hout wist te bundelen. Hij is opgevolgd door drs. G. M. V. van Aardenne, Deze hield tijdens de openbare bestuursvergadering waar de voorzitterswisseling plaats vond, een interessante en belangrijke toespraak die wij hierbij in zijn geheel afdrukken.

Tags

Ook het vorige Bos en Hout Bericht was gewijd aan obstakels voor de houtproduktie en de houtoogst in onze bossen. Daarin ging het echter om belemmeringen op het vlak van politiek en beleid. In dit Bericht komen financiële, economische en technische handicaps aan de orde.

In Bos en Hout Bericht no. 3 van dit iaar is aandacht besteed aan belemmeringen die zich voordoen bii de uitbreiding van ons bosareaal, een van de doelstellingen van het Meeriarenplan Bosbouw. Er staat meer positiefs in dat Meeriarenplan, onder meer over het opvoeren van de produktie en oogst van hout in het nu al bestaande bosareaal. Eveneens een mooi doel. Maar ook daarbii is sprake van tal van belemmeringen die te weinig aandacht kriigen. Wii zullen aan deze obstakels een tweetal Bos en Hout Berichten wijden.

In Bos en Hout Bericht nr. 3 van 1987 vroegen we ons af of er sprake was van een opleving in de houtbranche. Daarbil maanden we tot voorzichtigheid bil het trekken van conclusies op grond van de positieve ontwikkeling van de import- en exportdlfers over 1986. We schreven ook dat de dlfers over 1987 zouden laten zien of er inderdaad sprake is van een toenemende binnenlandse afzet van gezaagd hout.

Hoe staat het met het verbruik van houtprodukten door de mens in de ontwikkelingslanden? Hoe verhoudt zich dat met het onze? Hoe is de relatie tussen het houtverbruik door de mensen en hun welvaart? Wat zijn de conclusies die we daaruit moeten trekken?

Blijkens het Meerjarenplan Bosbouw is de politieke wil aanwezig om meer bos in ons land aan te leggen. Dat kan men ook afleiden uit een brief die de Minister van Economische Zaken in 1983 aan de Tweede Kamer zond over opvoering van de houtvoorziening uit eigen land. Maar er zijn veel obstakels op de weg naar méér bos, obstakels die niet hard genoeg worden aangepakt. Daarvoor is de politieke wil kennelijk toch te zwak. Over die obstakels gaat dit Bos en Hout Bericht.

Dat Nederland weinig bos heeft, weet iedereen. Dat Nederland daardoor massaal hout en daaruit gemaakte halfprodukten moet invoeren, beseft allerminst iedereen. Dat ons kleine land tot de grootste importeurs van hout en houtprodukten in de wereld behoort, komt velen zelfs ongeloofwaardig voor. Dat wil aldus voor onze voorziening met een heel belangrijke groep produkten sterk afhankelijk zlln van andere landen, vooral overzee, realiseren zich dan ook weinigen.

Op 12 november 1987 werd in Arnhem een bijeenkomst over "Ecologie en Economie" gehouden. Hij werd georganiseerd door de Centrale Raad voor de Milieuhygiëne en door de Natuurbeschermingsraad. De Stichting Bos en Hout was vertegenwoordigd door Ir. J. T. Wassink, adviseur van de Stichting. Van hem is dit Bos en Hout bericht.