Publicaties Bosberichten: 1986

Rusland, een immens land met immense bossen. Een land met eindeloze mogelijkheden op het gebied van bosexploitatie, houtoogst en houtverwerking. Dat is de overtuiging van bijna iedereen die zich voor bos en hout interesseert. In principe hebben al die mensen gelijk. Maar Rusland is ook een land met een immense hoeveelheid mensen en met immense problemen op het gebied van klimaat, milieu, bos, ontsluiting, afstanden, financieringsmogelijkheden enzovoorts, enzovoorts. Over de grote mogelijkheden van Rusland, voortaan beter de Sovjet-Unie te noemen, gaat dit Bos en Hout Bericht.

Een voorbeeld: de populierenmarkt Als een uitvloeisel en een verdere verdieping van het houtstroomonderzoek van de Stichting Bos en Hout (zie Bos en Hout Berichten 1986, nr. 1, 2 en 7), zal aan de hand van een voorbeeld de betekenis van marktonderzoek voor bosbouw en rondhoutverwerkers worden toegelicht. Hierbij wordt niet alleen gedoeld op de betekenis van een dergelijk onderzoek voor de dagelijkse bedrijfsvoering maar ook op die voor het op langere termijn te voeren beleid. Zowel overheid als bedrijven nemen beslissingen op het gebied van bos en hout die, willen ze weloverwogen zijn en optimaal effekt sorteren, grondige informatie over de markt vereisen. De gewenste inhoud van deze informatie kan sterk verschillen naar doelgroep en naar termijn waarop de te nemen beslissingen betrekking hebben. Aan de hand van een voorbeeld, dat betrekking heeft op de populierenmarkt, zal de rol die marktonderzoek kan spelen bij het nemen van beslissingen door de overheid, de bosbouw en houtverwerkende industrie nader worden uitgewerkt.

Zojuist heeft de Stichting Bos en Hout aan de Minister van Economische Zaken een nieuw rapport "De Beschikbaarheid van Hout" uitgebracht. Het is een geheel herziene, tot 1983/1984 bijgewerkte editie die een overzicht geeft van de wereldhoutmarkt, de situatie op hetgebied van bos en hout in de belangrijkste export- en importgebieden, de marktontwikkeling in de wereld per belangrijke produktengroep, de situatie in de ontwikkelingslanden en natuurlijk veel over bos en hout in Nederland en de E. G. In dit Bos en Hout Bericht zijn de conclusies en de aan de regering gedane beleidsaanbevelingen weergegeven.

In mei van dit jaar, nog net voor de verkiezingen, heeft de regering aan de Tweede Kamer haar beslissing over het Meerjarenplan Bosbouw doen toekomen. Al in 1984 had zij haar zogenaamde beleidsvoornemens geplubliceerd, waarin zij uitvoerig heeft aangegeven hoe haars inziens het Meerjarenplan Bosbouw (MPB) er uit zou moeten zien. Daarover konden belanghebbenden hun mening geven alvorens de regering haar standpunt definitief zou vaststellen. Na een beperkte inspraakprocedure, na intern overleg op het Ministerie van Landbouw en tussen departementen, heeft de regering dus haar beslissing genomen. Het wachten is nu op de reactie van de Tweede Kamer. Die zal uiteindelijk vaststellen hoe het Meerjarenplan er uit zal gaan zien. Dat Kamerdebat zal nog wel een aantal maanden op zich laten wachten. In dit Bos en Hout Bericht een commentaar van de Stichting Bos en Hout op de regeringsbeslissing. De beleidsvoornemens van destijds werden besproken in Bos en Hout Bericht 1985 no. 4.

Tagss

In 1985 publiceerden we reeds twee Bos en Hout Berichten van Ir. J. T. Wassink over de oeroude relatie tussen mens en boom, tussen mens en hout. Ze verschenen onder de titel "Het hart in de boom". Het volgende artikel gebruikt die relatie voor de benadering van de mens in verband met zijn houtgebruik. Het is een onderwerp dat onze Stichting sterk interesseert. De mens verzet zich vaak tegen het exploiteren van bos, tegen het kappen van bomen. Toch kan hij hout als een belangrijke levensbehoefte niet missen. Hij realiseert zich dat echter nauwelijks, evenmin als de relatie tussen hout en boom. Daarom zal hij zich meer bewust moeten worden van de betekenis die hout voor hem heeft. Dan zal hij ook meer geneigd zijn de relatie mei de boom te leggen.

Tagss

In de eerste twee Bos en Hout berichten van dit jaar werd uitvoerig aandacht geschonken aan de resultaten van een Houtstroomonderzoek bij meranti, vuren en populieren over de jaren 1979- 1984. In dit bericht zal nader worden ingegaan op de meest recente ontwikkelingen betreffende meranti. Daarbij zal duidelijk worden dat er enige verbeteringen in de afzet mogelijk zijn. De realisering hangt echter van vele factoren afwaarvan sommige door de houtbranche zelf kunnen worden beïnvloed. Andere daarentegen staan buiten haar invloedssfeer.

Bij elke beschouwing over de toekomst van de wereldhoutmarkt vormt China een groot vraagteken. Het lijkt echter meer dan waarschijnlijk dat dit reusachtige land met zijn ruim 1 miljard inwoners een belangrijke rol op de wereldhoutmarkt zal gaan spelen, vooral als importeur. Vandaar dat het voor andere importerende landen, zoals de Westeuropese, echt wel van belang is om kennis te nemen van wat zich op het gebied van bos en bosbouw, van houtprodukten en houtbehoefte in China afspeelt. Daarover, over bos en hout in China, gaat dit Bos en Hout Bericht. Het kan uiteraard niet meer dan een globale schets inhouden.

Op 9 april j.l. bood de Stichting Bos en Hout de Minister van Landbouw en Visserij de resultaten aan van een onderzoek naar het "image" van het Nederlandse bos, vooral op produktie gericht bos. De studie werd in opdracht van onze Stichting uitgevoerd door de werkgroep Massacommunicatie van de Rijksuniversiteit Utrecht. De geëquêteerden waren beslissers en opinieleiders op het gebied van het bos in Nederland. Tijdens de aanbieding van het rapport "Wie is voor hout" vertelde de heer Van der Harten, voorzitter van de Stichting, iets over de aanleiding tot het onderzoek. Prof drs. A. van der Meiden van de Universiteit Utrecht, die het onderzoek leidde, sprak over de resultaten. Minister Braks gaf na het in ontvangst nemen van het rapport een duidelijke, bondige reaktie. Van de drie toespraken volgt hierna de tekst.

Tagss

Zowel over historische als toekomstige ontwikkelingen in de prijs van rondhout wordt veel gerekend. geanalyseerd en gefilosofeerd. Daarbij wordt vaak niet voldoende rekening gehouden met de complexiteit van het begrip "rondhout" noch met de invloeden die uitgaan van de houtmarkt elders. In dit "Bos en Hout Bericht" wordt vooral aandacht besteed aan faktoren waarop men moet letten als men zich in de ontwikkeling van rondhoutprijzen wil verdiepen.

Een ieder die met houtprodukten te maken heeft, of hij er nu vàn leeft of mée leeft, heeft te maken met bomen en bos. Dit geldt voor de velen die werken in de houthandel, in houtverwerkende bedrijven of in de papiersector, in drukkerijen en boekwinkels, in meubelzaken en doe-het-zelf winkels. Maar het geldt ook voor die oneindig veel grotere menigte, in feite alle mensen, die hout in hun dagelijkse leven niet kunnen missen. De mensheid gebruikt er zoveel van dat daarvoor elk jaar 3.000.000.000 m3 moet worden geoogst: Dat is een immense hoeveelheid zonder welke het leven van de mens totaal zou veranderen, en zeker niet in gunstige zin! Het is dan ook van groot belang voor een ieder die van en met hout leeft dat het bos blijvend hout kan voortbrengen. Dat is een van de verklaringen waarom overal ter wereld de overheid zich met het bos bezig houdt. Dit "Bos en Hout Bericht" gaat om de invloed die de overheid aldus op de rondhoutmarkt uitoefent.

Tagss

In het eerste nummer van "Bos en Hout Berichten" van dit jaar informeerden wij u reeds over resultaten van het houtstroomonderzoek. Aan de orde kwamen de houtstroom van meranti en een prognosemodeI. In deze tweede bijdrage worden de houtstromen van vuren en populieren kort behandeld. De gegevens zijn afkomstig uit het rapport "Houtstroomonderzoek meranti vuren populieren 1979-1984". Voor meer details raadplege men dat rapport.

In de zomer van 1984 werd door de Stichting Bos en Hout het rapport "Houtstroomonderzoek - een voorstudie" uitgebracht. Hierover berichtten wij u reeds in "Bos en Hout Berichten" 1984, nummer 6. "Het verdient aanbeveling het houtstroomonderzoek, in de vorm van een proefprojekt, voor een beperkt aantal houtsoorten operationeel te maken", luidde een van de hoofdconclusies van deze voorstudie. Dank zij een belangrijke financiële bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken kon dit proefprojekt worden gerealiseerd. Inmlddeis is dit onderzoek afgesloten en zijn de resultaten vastgelegd in het rapport "Houtstroomonderzoek meranti vuren populieren 1979-1984".